Studenten12 oktober 2011 12:29 |Ze wonnen in eerste instantie hun rechtszaak tegen de Hogeschool van Amsterdam, maar de twee vrijgesproken studenten hebben volgens de examencommissie wel degelijk gefraudeerd. Het nieuwe oordeel is zorgvuldiger onderbouwd.
Het was een opzienbarende uitspraak van de rechter: twee studenten leverden een tekst in die voor 62 procent letterlijk hetzelfde was en toch achtte de rechter de fraude niet bewezen. Daar was meer voor nodig dan de uitslag van een plagiaatdetectieprogramma, aldus het College van beroep voor het hoger onderwijs (CBHO).
De studenten moesten tijdens hun tentamen ter plekke in het Engels een essay schrijven. Ze wisten over welk onderwerp het zou gaan, maar de essayvraag zelf werd pas op het tentamen onthuld. Dat hun teksten zo sterk op elkaar leken, kwam doordat ze het tentamen samen hadden voorbereid, stelden de twee eerstejaars studenten. Dat ze naast elkaar hadden gezeten, had er niets mee te maken.
Het ligt voor de hand dat studenten vooraf hebben kunnen overleggen over de opgegeven literatuur, vond de rechter. Misschien leken hun essays daarom zoveel op elkaar. Dat had de HvA moeten onderzoeken.
Maar de examencommissie van de hogeschool houdt voet bij stuk en heeft de studenten ook in tweede instantie van fraude beschuldigd. De studenten gingen daartegen in beroep bij de interne college van beroep voor de examens, maar ook die stelde hen in het ongelijk. Het is nog niet bekend of de zaak opnieuw voor de rechter komt. (HOP / Bas Belleman)



reacties5
- HVA-studenten opnieuw beschuldigd van fraude. -
Ik vind dat de HvA te snel haar oordeel klaar heeft over deze studenten.
Er is onderzocht of er inderdaad fraude is gepleegd. De rechter heeft geconcludeerd, aan de hand van bewijzen, dat dit niet het geval is. Waarop wil de HvA bewijzen dat er wel fraude is gepleegd?
Ik ben van mening dat je aan het aantal procent plagiaat alleen niet kunt concluderen dat er fraude is gepleegd. ‘Bovendien had de hogeschool de studenten vooraf geïnformeerd over het onderwerp en over literatuur die moest worden gebruikt voor het essay.’ Door vooraf samen te studeren en te overleggen, vind ik het niet gek dat er overeenkomsten in deze essays aanwezig zijn.
Ik vraag mij af waaruit de 62% plagiaat bestaat. Zijn dit citaten uit het boek? Of zijn dit wel de eigen woorden van de studenten? Zonder te kijken waar het plagiaat uit bestaat, is het lastig om een oordeel te geven. Ik kan niet uit dit artikel opmaken dat dit is onderzocht.
Ik vind het belangrijkste bewijs de videobeelden van het tentamen. Op deze beelden is niet op te maken of er werd gespiekt of overlegd. Het lijkt mij bewijs genoeg om te kunnen concluderen dat hier dus geen sprake is van fraude.
Ik vind het jammer dat de rechter is ingeschakeld, zonder dat er vooronderzoek is gedaan of deze studenten inderdaad fraude hebben gepleegd of niet. Bij twijfel kan er inderdaad een rechter van te pas komen om uit te zoeken of er wel of niet sprake is van fraude.
Er is naar mijn mening genoeg bewijs dat hier geen sprake is van fraude.
Jammer dat de HvA niet achter het besluit van de rechter staat en deze studenten nogmaals beschuldigt van fraude.
Toch een kleine kanttekening maken bij jouw reactie, je zegt “De rechter heeft geconcludeerd, aan de hand van bewijzen, dat dit niet het geval is. ” maar dat klopt niet. De rechter (wat trouwens een geschillencommissie in Den Haag betreft en geen reguliere rechter volgens mij) heeft geoordeeld dat de HvA niet voldoende heeft kunnen aantonen dat er fraude is gepleegt. De rechter heeft niet gezegd dat er geen fraude is gepleegt maar dus alleen dat dit niet voldoende is aangetoond.
De HvA kan er dan voor kiezen om extra bewijslast te zoeken (en naar hun oordeel hebben ze die nu gevonden) en op basis daarvan een nieuwe uitspraak te doen. De uitspraak uit Den haag hield deze optie open en kan nu, vermoed ik, opnieuw oordelen over deze zaak.
Mi., wat de HvA fout doet is dat ze de fraude niet kunnen hardmaken, daar een plagiaatdetectieprogramma’s in essentie geen inhoudelijke controle is. Voortaan zullen plagiaatdetecties naar mijn idee ook gecontroleerd moeten worden door een persoon, om plagiaat vast te kunnen stellen.
Binnen de HvA gebruiken wij Ephorus als plagiaatdetectieprogramma. Ik vermoed dat de examencommissie van de opleiding ditmaal een inhoudelijke controle heeft gedaan, zonder het gebruik van Ephorus. Een inhoudelijke controle is naar mijn inschatting wel voldoende bewijs (mits de EC dit kon vaststellen aan de hand van een menselijke controle).
Als ik de uitspraak lees, heb ik het vermoeden dat als de EC het ditmaal goed heeft weten te onderbouwen (en er geen procedure fouten gemaakt zijn), de studenten geen kans maken bij het CBHO. Als ze daadwerkelijk gefraudeerd hebben dan zou dit ook niet terecht zijn.
Overigens is het erg gemakkelijk om met Ephorus te sjoemelen en de uitkomst is verre van bewijs voor het vaststellen van fraude. Ik kan me erg vinden in de uitspraak van het CBHO. Het is ridicuul dat studenten beschuldigd worden van plagiaat zonder inhoudelijke onderbouwing, helaas gebeurd(e) dit ook op mijn eigen opleiding: Informatica.
Trouwen, gezien de naam van de redacteur er niet bij staat: het is “het” COBEX, niet “de” COBEX (laatste alinea).
Ik vind het niet kunnen dat er twee studenten beschuldigd worden van fraude terwijl er geen vooronderzoek heeft plaatsgevonden. Dat het HvA is uitgegaan van alleen de uitslag van een plagiaatdetectieprogramma en gelijk de twee eerstejaars studenten voor de rechter te slepen vind ik een te harde aanpak. In het vervolg moet er een optelsom komen gebaseerd op hardere feiten waarmee het HvA kan aantonen dat er sprake is van fraude. In dit geval ben ik het eens met de uitspraak van de rechter. Er is onvoldoende bewijs.
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)