Terrassentest10 augustus 2012 12:00 |Het is een broeierige dag. Een vriendin en ik ontvluchten de overvolle, klamme binnenstad en fietsen naar Roest. Hier is meer ruimte en er zijn minder toeristen. Fijn. Aan het einde van de Czaar Peterstraat, op een industrie-achtig terrein waar ook de Volkskrant, Trouw en het Parool huizen, is sinds vorige zomer deze creatieve vrijplaats (zo noemen ze het zelf) gevestigd in het Koud Gas Gebouw.
De naam Roest doet ruig aan. Terecht. Het terrasmeubilair lijkt te zijn vergaard door op grofvuildag met een grote laadkar langs de straten te gaan. Houten en plastic stoeltjes, vergane leren banken, en wat non-descripte houten bouwsels vullen het terrein. Mensen die van gepolijst houden en graag op hun wenken bediend worden, kunnen dit terras beter vermijden. Bij Roest moet je zelf je drankjes halen. Niet met ellebogenwerk aan een overvolle bar maar via een handig supermarktsysteem. Je pakt zelf je flesje wijn uit de koelkast, of een yoghurtje of brownie als je trek hebt, en rekent vervolgens af aan de kassa.
Dat bespaart een hoop doorsnee terrasirritatie: bedienend personeel dat steeds een sprintje langs jouw tafel trekt zonder ook maar oogcontact te maken, bedienend personeel dat je afsnauwt omdat je durft op te merken dat je een witte wijn hebt besteld en geen rode of bedienend personeel dat je met de beste bedoelingen een biertje brengt dat minimaal een half uur geleden is getapt. Nee dan is het best oké om even naar binnen te lopen en je koude biertje uit te koeling te pakken, af te rekenen om nog geen twee minuten later je dorst te lessen.
Verbrand vlees
Als wij het eerste glas wijn van de avond aan ons lippen zetten, begint het te regenen. Gelukkig staan er twee partytenten. Rechts van ons is een groep Spanjaarden aan het BBQ’en. Dat kan hier gewoon. Een dikke naar worst geurende walm drijft onze kant op. Omdat we niet de rest van de avond naar verbrand vlees willen ruiken en omdat de gammele partytent ons net niet droog houdt, verplaatsen we naar binnen.
Binnen in de loods staat eenzelfde allegaartje aan meubilair: vliegtuigstoelen met rode en blauwe bekleding, leren chesterfield banken en ronde tafels van schroothout. De vloer en de muren zijn van beton en bespoten met graffiti. In het midden van de ruimte staat de grote bar. Het geheel doet Berlijns aan. Daar kan je been there done that over doen maar het werkt wel. De sfeer is open en relaxed. Inmiddels weten niet alleen de Amsterdamse hipsters de plek te vinden, maar komt er een fijn gemengd publiek. Niet te opgedoft maar ook niet te nerderig, niet te oud en niet te jong, niet te alternatief en niet te ballerig.
Een bordje boven de bar trekt onze aandacht. ‘Fuck me punch,’ staat er op. ‘Een glas 4,50, een kan 15 euro’. Ik vraag een vriendelijke barman of er daadwerkelijk mensen zijn die dat bestellen. Blijkbaar wel. Hij heeft al zeven kannen verkocht en het is nog niet eens elf uur. Over de inhoud van de ‘fuck me punch’ bestaat wat onduidelijkheid. De ene barman heeft het over vodka, Cuarenta Y Tres en vruchtensap, de andere barman over prosecco, limoncello en vruchtensap. Dan toch maar twee glazen bestellen. Ik proef noch quarante tres, noch limoncello maar zomers smaakt het wel. Belangrijker: de cocktail sorteert het beoogde effect, zo bevestigt mijn vrijgezelle vriendin de volgende ochtend. Roest blijft voorlopig nog wel even in mijn top drie van favoriete plekken in Amsterdam staan.


Fuck me punch
reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)