Meesterstuk1 augustus 2012 9:00 |Werkstukken, essays en scripties: er wordt wat afgeschreven tijdens een studie. Helaas belanden die stukken maar al te vaak in een bureaula. Zonde. Folia Web ondervraagt studenten daarom een zomer lang over hun meesterstuk. Deel 5: de vruchtbaarheidsbehandeling voor mannen.
Het sperma van ongeveer 1 procent van de mannen bevat geen zaadcellen. En dat is vervelend als je een kindje wilt krijgen. De medische wetenschap draait overuren om betere behandelmethodes te ontwikkelen en komt met creatieve oplossingen. Maar zitten deze mannen eigenlijk wel te wachten op een behandeling waarbij een huidcel wordt omgebouwd tot zaadcel? Dat onderzocht AUC student Saskia Hendriks (20) tijdens haar stage bij voortplantingsgeneeskunde op het AMC.
Wat was de insteek van je onderzoek?
‘Ik wil van onvruchtbare mannen weten welke toekomstige behandelopties zij wel en niet zouden willen proberen. Bij nieuwe behandelingen in de voortplantingsgeneeskunde draait het namelijk niet alleen om biomedische mogelijkheden, maar ook om psychologische, ethische, economische en juridische kwesties. Denk maar aan het invriezen van eicellen. Zo ook bij mannelijke onvruchtbaarheid. Ik wil van die mannen weten wat ze eng vinden aan een behandeling en hoe ze omgaan met een verhoogd risico op afwijkingen bij het kindje. Daarom heb ik interviews afgenomen bij 15 mannen met vruchtbaarheidsproblemen.’
En hoe dachten die mannen over de nieuwe behandelmogelijkheden?
‘Nou, over het algemeen zijn deze mannen positief. Ze vinden het goed dat er gezocht wordt naar alternatieven voor de huidige methode, die slechts in 25 procent van de gevallen succesvol is. Wel blijkt dat ze sommige methodes beangstigend vinden. Bijvoorbeeld een variant waarbij een huidcel wordt gebruikt om een zaadcel te fabriceren. Dat voelt onnatuurlijk en schrikt dus af.’
Wat ga je doen met de resultaten?
‘De interviews waren eigenlijk nog maar een eerste poging om een idee te krijgen van de kwesties die belangrijk zijn voor deze patiëntengroep. Inmiddels heb ik mijn bachelordiploma gehaald en ga ik als promovenda verder met het onderzoek. Op basis van de interviews heb ik een enquête opgesteld en die gaat nu naar alle mannen in Nederland die zich met deze vorm van onvruchtbaarheid bij het ziekenhuis hebben gemeld. Alleen bij het AMC zijn dat er al zo’n 600. Met die aantallen kan ik hypotheses statistisch toetsen en conclusies met meer zekerheid trekken. Bovendien kan ik in die enquêtes ook verder onderzoeken wat voor morele afwegingen onvruchtbare mannen maken. Hoe zwaar weegt de slagingskans van de behandeling ten opzichte van de kans op afwijkingen bij het kindje. Op die manier help ik bij het ontwikkelen van een behandeling waar de patiënt daadwerkelijk op zit te wachten en breng ik hun morele afwegingen in kaart. Dat is zinvol. Mocht bijvoorbeeld blijken dat patiënten een groot risico op afwijkingen bij het kindje accepteren, dan moet de samenleving wellicht voor hun bepalen welk risico aanvaardbaar is.’


‘Een behandeling waar de patiënt daadwerkelijk op zit te wachten’
reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)