Wetenschap8 oktober 2012 17:34 |Het team van synthetisch biologen van de Universiteit van Amsterdam is er dit weekend niet in geslaagd de finale van Internationally Genetically Engineered Machine-competitie te bereiken van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) in Boston.
Het UvA-team eindigde tijdens de Europese voorronde op de Vrije Universiteit op de negentiende plek. De eerste achttien van de in totaal vijfenvijftig teams mogen afreizen naar MIT, de bakermat van de synthetische biologie. ‘Helaas zijn we net niet door,’ zegt Matias Mendeville (24, master System Biology). ‘Desondanks hebben we alleen maar positieve reacties ontvangen en zijn we trots op het werk dat we geleverd hebben.’
Het team uit Amsterdam nam deel aan de competitie met een bacteriële gifmeter die vervuiling in water kan opsporen. Met genetisch knip- en plakwerk wist het team een specifieke bacterie zo aan te passen dat het informatie die het normaal niet opslaat over giftige stoffen nu wel kan opslaan. Het Amsterdamse Waternet heeft inmiddels interesse getoond in de vinding.
De iGEM-competitie wordt sinds 2003 georganiseerd door MIT om synthetisch biologen te stimuleren. Deelnemende teams worden uitgedaagd een nuttig organisme te ontwerpen. Een van de concurrerende teams uit Londen maakte bijvoorbeeld een bacterie die in staat is minuscuul kleine stukjes plastic aan zich te binden. Daarmee zou in de toekomst de ongrijpbare plasticsoep in de Atlantische Oceaan opgeruimd kunnen worden. In totaal deden dit jaar tweehonderd teams mee.
Lees ook het artikel in Folia Magazine over de vinding van de synthetisch biologen van de UvA.


reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)