Foto: Sander Nieuwenhuys (UvA)
opinie

Open brief UvA-bestuur: ‘De essentie van de universiteit dreigt in gevaar te komen’

Geert Ten Dam,
5 juni 2018 - 10:29

‘Het is geen tijd voor nog een korting. Het is tijd voor meer geld,’ schrijven de drie bestuurders van de UvA vandaag in een open brief aan minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap en aan de Tweede Kamer. Lees hier de volledige brief.

Geachte mevrouw Van Engelshoven, geachte leden van de Vaste Commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

 

De structurele onderfinanciering van onderwijs en onderzoek is jaren bestreden door steeds harder en langer te werken. Wij menen dat het tijd is voor een ommekeer.

 

Morgen spreekt u over het wetenschapsbeleid en de financiering van het hoger onderwijs. Het is volgens ons tijd dat politici en bewindslieden zich realiseren dat het systeem kraakt, tegen grenzen aanloopt en dat er echt niets meer af kan. Wie niet investeert in onderwijs en onderzoek legt een hypotheek op de toekomst.

‘Het kan niet nóg efficiënter, het kan niet nóg doelmatiger’

Afgelopen week werd duidelijk dat de ‘doelmatigheidskorting’ van €183 miljoen niet geschrapt wordt, en mogelijk komt daar nog een extra bezuiniging van €135 miljoen bovenop als gevolg van tegenvallers op de begroting van het Ministerie van Onderwijs.

 

Maar het kan niet nóg efficiënter, het kan niet nóg doelmatiger. In onze sector is de structurele onderfinanciering van onderwijs en onderzoek al jaren bestreden door steeds harder en langer te werken. Het hielp niet dat in dezelfde periode de regel- en verantwoordingsdruk alleen maar toenam.

 

Het loopt uit de pas bij de bekostiging van studenten, en door het achterblijven van middelen voor onderzoek, waardoor de essentie van de universiteit – de verbinding tussen onderwijs en onderzoek – in gevaar dreigt te komen.

‘Door bezuinigingen blijft er in 2021 van de €152 miljoen van het studievoorschot slechts €7 miljoen over’

Om bij het eerste te beginnen: studeren is voor studenten steeds duurder geworden, maar zij zien daar niets van terug. Door bezuinigingen blijft er in 2021 van de €152 miljoen van het studievoorschot slechts €7 miljoen over. En terwijl studenten sneller studeren, meer vakken volgen en er dus meer onderwijs gegeven wordt, is de rijksbijdrage per student in 15 jaar met 25 procent gedaald. De gevolgen zien wij iedere dag: grotere werkgroepen, grote hoorcolleges, studenten met burnouts, weinig tijd voor individuele begeleiding en daarbij behorende frustratie van zowel studenten als medewerkers.

 

Het tweede punt is niet minder essentieel voor goed academisch onderwijs. Bij een universitaire opleiding is het noodzakelijk dat studenten onderzoek leren doen en samenwerken met wetenschappers, het zogeheten onderzoeksintensief onderwijs. Maar terwijl het aantal studenten hard stijgt blijft het onderzoeksbudget gelijk. Het loopt dus steeds verder uit elkaar.

 

Overheid en bedrijven in Nederland investeren al jaren te weinig in onderzoek en blijven hierin achter bij vergelijkbare landen in de EU. In plaats van de Europese doelstelling van drie procent van het BBP komen wij op twee procent.


In plaats van de aangekondigde € 400 miljoen is er jaarlijks € 1,9 miljard extra nodig om op 2,5 procent van het BBP te komen, de door de overheid zelf aangekondigde ambitie.

‘De uitdagingen van de toekomst zitten niet alleen in techniek, verlenging van het leven of kunstmatige intelligentie – hoe belangrijk ook - maar in de toepassing en effecten daarvan op de mens en de samenleving’

In het onlangs afgesloten sectorakkoord wordt € 60 miljoen extra in het bèta- en technisch onderzoek geïnvesteerd. Dat is zonder meer nodig voor deze sectoren. Slechts € 10 miljoen wordt gereserveerd voor de sociale en geesteswetenschappen. Dat is veel te weinig. De uitdagingen van de toekomst zitten niet alleen in techniek, verlenging van het leven of kunstmatige intelligentie – hoe belangrijk ook - maar in de toepassing en effecten daarvan op de mens en de samenleving: ongelijkheid, sociale verhoudingen, rechtszekerheid, voedselzekerheid, ethiek, et cetera. We kunnen niet zonder de bijdrage van de economische, sociale, rechts- en geesteswetenschappen.De horizon moet verruimd worden, er moet meer ruimte zijn voor de (h)erkenning van de humaniora voor het floreren van onze samenleving.

 

Samengevat: Het systeem kraakt en loopt op verschillende plekken tegen de grenzen op. Er zijn steeds meer studenten, zij verwachten eerder kleinschaliger onderwijs, terwijl er per student minder geld beschikbaar is.

‘Het is tijd voor een ommekeer, een halt aan de gedachte dat het nog doelmatiger of efficiënter kan’

De UvA is, net als verschillende andere universiteiten in Nederland, een universiteit met meerdere disciplines. De meerwaarde van brede universiteiten voor Nederland is groot en moeten we behouden. De samenleving vraagt om het delen van kennis en het vanuit verschillende oogpunten kijken naar de grote vraagstukken van deze tijd.

 

De UvA is, wederom net als andere Nederlandse universiteiten, een heel goede universiteit, met onderzoek op wereldniveau en kwalitatief hoogstaand onderwijs. Ook dat willen wij zo houden, ten behoeve van onze 32.000 studenten en ten behoeve van baanbrekend onderzoek. Maar daarvoor moet er wel ruimte zijn. Nog harder werken lost het niet op, nog grotere groepen is onwenselijk. De werkdruk onder wetenschappelijk personeel is nu al te hoog; hoger dan in de zorg of de zakelijke dienstverlening, zo liet onderzoek van SoFoKleS vorig jaar zien.

 

‘Wetenschappers en universiteiten die klagen over te weinig geld voor onderwijs en minder ruimte voor vrij en ongebonden onderzoek, hebben allemaal gelijk,’ concludeerde het Rathenau Instituut recent na uitgebreide studie. Het is tijd voor een ommekeer, een halt aan de gedachte dat het nog doelmatiger of efficiënter kan. Het is geen tijd voor nog een korting. Het is tijd voor meer geld, voor de volle breedte van onderwijs en onderzoek.

 

Geert ten Dam, Karen Maex en Jan Lintsen vormen tezamen het UvA-bestuur.