onderwijs31 januari 2012 16:15 |Een groep eerstejaars policologie stuitte tijdens een onderzoeksopdracht op een aantal misstanden op de weg van brouwer naar bierconsument.
‘Het was eigenlijk een grapje dat we later serieus zijn gaan onderzoeken’, vertelt Bene Colenbrander (19, politicologie). ‘We waren op zoek naar een onderwerp voor een opdracht, en toen opperde iemand om eens naar wurgcontracten in de horeca te kijken. Toen bedachten we de titel Bierpolitiek en zo is het gaan rollen.’ Toen ze bezig waren aan een eerste presentatie over het onderwerp vonden de politicologen een rapport van Koninklijke Horeca Nederland (KHN) dat allerlei misstanden aan de kaak stelde.
‘In dat rapport wordt gesteld dat hoe meer een café aan een brouwerij gebonden is, hoe lager de winst voor dat café is. Ze laten zien hoe bierbrouwers beginnende cafés financieren, met een tap of beginkapitaal, op voorwaarde dat ze de eerste jaren alleen hun bier schenken. Maar door een handtekening onder dat contract te zetten is een caféhouder dan ook gebonden aan een bierprijs die de brouwer bepaalt. Zo komt het dat bier in kroegen soms het dubbele kost van de supermarkt. Uit protest kopen sommige horeca-ondernemers hun bier daar in. Je ziet steeds meer cafés ook bier in flesjes verkopen.’
Eenzijdig
Naar aanleiding van het rapport gingen de studenten zelf op onderzoek uit en interviewden onder meer café-eigenaren, politici en lobbyisten. Colenbrander: ‘We hebben geconcludeerd dat het rapport erg eenzijdig is. In ons onderzoek hebben we boven tafel gekregen dat het probleem niet bij de brouwers alleen ligt. Ondernemers in de horeca werken niet genoeg samen, daarom kunnen ze geen vuist maken tegen deze praktijken. De KHN en ondernemers klagen, maar moeten zich ook realiseren dat zo’n brouwer veel risico neemt. Veel beginnende cafés hebben geen goed businessplan, logisch dat de brouwer dan wel iets terug verwacht.
Verder bleek dat veel partijen, waaronder politici als minister Verhagen, voor een oplossing kijken naar de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), die vrije marktconcurrentie in Nederland moet waarborgen. Die zou deze problemen moeten aanpakken, maar volgens Colenbrander functioneert dat orgaan niet meer zo onafhankelijk als iedereen lijkt te denken. ‘Er is veel kritiek op de NMa, bijvoorbeeld omdat de boete die Heineken, Bavaria en Grolsch in 1999 moesten betalen voor het vormen van een bierkartel nooit geheel betaald is. Het orgaan functioneert niet meer onafhankelijk en is erg gevoelig voor lobby’s, terwijl steeds nieuwe instituties worden gevormd die haar bevoegdheden overnemen.’
Donderdag 2 februari presenteren de politicologen hun onderzoek Bierbeleid: de invloed van niet-statelijke actoren op agendering en inhoud van het bierbeleid om 13.30 uur in zaal D009 van de Oudemanhuispoort.
Hieronder de ‘trailer’ van de presentatie.



reacties2
Interessant!
Interesant dat het onderzoek van KHN als eenzijdig wordt gezien.
Feit is wel dat de grote brouwerijn sinds jaar en dag de markt domineren en willens en wetens de markt afschermen.
Niet voor niks zijn ze vaker al op de vingens getikt.
Het wordt tijd dat de praktijken van de grote brouwers aanbanden wordt gelegd en dat ze een risico nemen doen ze zich zelf aan. Dat er vooraf geen goed plan ligt van de horeca ondernemem hoeft ook niet en willen ze waarschijnlijk ook niet want de brouwer speelt wel voor bank om zo zijn machts positie in de markt af te schermen.
Als een organisatie als de NMa ook al niet meer objectief zou zijn is het hek van de dam en maakt de gewoone kleine brouwer dus nooit een kans en zeker niet als opgelegde boets toch niet helemaal moeten worden afgbetaald.
Uiteindelijk zitten ze naar mij idee allemaal bij elkaars opschoot en heeft niemand er belang bij dat de uiteindelijke eindverbruiker een eerlijke prijs voor zijn bier betaalt.
Hoe verklaar je dan het prijsverschil
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)