Op woensdagen haal ik de sleutel bij onze conciërge. Er bungelt een lompe, blauwe bol aan. Soms wil ik ermee uithalen. Kets, tegen een willekeurig hoofd. Ik doe het niet, het zou me mijn baan kosten. Eenmaal over de drempel springt de lichtschakelaar aan. Twijfelend, want tl-licht heeft steevast drie adempauzes nodig. De talen staan achterin, de bètavakken rechts, foute bestellingen links, de laatst geleverde boeken vooraan op de houten tafel.
Om elf uur komen de eerste leerlingen. Ze raken veel kwijt en vinden veel terug. Dat laatste meestal te laat, dus komen er rekeningen. Geïrriteerd staren hun oogbollen mij tegemoet. De smoesjes passen bij hun gezichten; het Vespa-mannetje is radeloos. ‘Echt af-schuw-e-lijk, mijn boeken lagen in de kit.’ Het breedgeschouderde meisje klaagt over haar hondsdolle hond. ‘Spijker heeft bladzijdes uit mijn werkboek gegeten.’
Tijdens de lesuren volgen de docenten. De naar oploskoffie ruikende wiskundefanaat wil deel B van het vierde jaar. Een warrige stagiair neemt alle woordenboeken mee. Maar dan komt die leuke handvaardigheiddocente binnen. Jaren geleden maakte ze mij een compliment. Dat ik er altijd zo mooi en vrouwelijk uitzag in mijn jurken. Hoe het met mij gaat, wil ze weten. Liefde? ‘Goed.’ Werk? ‘Goed.’ Studie? ‘Redelijk.’ Ze fronst. ‘Is het even te veel?’ Ik zucht. ‘Het komt door december.’ Ze knikt instemmend. ‘Toch kan het altijd erger…’ Dat klopt. Ik denk aan het Volkskrant Magazine van afgelopen weekend. Het artikel over de Y-generatie en burnouts. ‘Heb je recentelijk de Volkskrant gelezen?’ vraag ik. ‘Ja,’ antwoordt ze. ‘Dat stuk ging over mijn dochter.’

Foto: Claire van der Mee



reacties3
De winterstemming zit er weer in! (Waarom weet ik niet, maar ik vind dit een winterblog)
Omdat het woord “december” genoemd wordt? Ik vind het eigenlijk 0ok wel een winterblog.
Mooi!: “Geïrriteerd staren hun oogbollen mij tegemoet.” Irritatie aan het oog? Niet al te ernstig mag ik hopen?
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)