Een hoge functionaris van studentenpartij Mei vertrouwde mij eens toe dat het vooral zaak is studentes met een aanzienlijke schoonheid boven aan de kandidatenlijst te plaatsen. Dat genereert namelijk veel stemmen bij de verkiezingen. Het valt natuurlijk oppervlakkig of misschien zelfs seksistisch te noemen, maar deze strategie blijkt buitengewoon effectief.
Zowel in de centrale als in een aantal facultaire studentenraden, zoals die van Geesteswetenschappen, bezit Mei circa tachtig procent van de zetels. Het schrijnende is dat zelfs met deze overweldigende meerderheid Mei een tandeloze tijger blijkt te zijn. Van enige overeenstemming binnen de partij is nauwelijks sprake. Dit werd deze week pijnlijk duidelijk toen de CSR besloot in te stemmen met de afschaffing van de opleiding Roemeens. De voorzitter van de FSR FGw en tevens Mei-lid Esther Crabbendam vond het ‘stuitend’ en ‘schandalig’ dat een groot deel van de CSR geen gebruikmaakte van het instemmingrecht om zich uit te spreken voor het behoud van Roemeens. Let wel, het gaat om haar eigen partijgenoten.
Je vraagt je als eenvoudige buitenstaander af: wat heeft zo’n partij eigenlijk voor functie? Zou er voorafgaand aan een vergadering met het College van Bestuur, met zo’n belangrijk punt op de agenda, geen enkel overleg zijn? Kennelijk niet. Iedereen stemt maar wat weg, als ze al stemmen. Een aantal CSR-leden vond het niet eens de moeite waard om zich hierover uit te spreken en onthield zich van stemming.
Er zijn twee conclusies mogelijk: óf Crabbendam en haar raad hebben hun werk niet naar behoren gedaan en de CSR-leden van hun partij onvoldoende overtuigd om Roemeens voor de UvA te behouden, óf de CSR-leden hebben niet willen luisteren. In het laatste geval lijkt afscheiding nog de enige mogelijkheid. Zeker gezien de harde verwijten aan het adres van de CSR en daarmee de leden van partij Mei, die de belangen van de faculteit met voeten hebben getreden. Alleen als zelfstandige faculteitspartij kan Mei op de FGw haar ware schoonheid terugkrijgen. Wie weet hoeveel stemmen dat oplevert.


reacties4
Ter verdediging van mijn raad (FGw): wij hebben alles op alles gezet de mensen te overtuigen, zijn bergen constitutieborrels af gegaan om daadwerkelijk te netwerken en de CSR-leden alsnog te overtuigen en dan hoor je dingen als: je bent echt gek dat je denkt hier inhoudelijk te kunnen praten. We hebben een document opgesteld waar haarfijn wordt uitgelegd welke argumentatie te kort schiet van het bestuur en welke bakken met prachtige argumentatie wij voor hun klaar hadden liggen, onze CSR-afgevaardigde heeft nota bene het dossier afschaffen-opleidingen te pakken weten te krijgen, maar het mocht allemaal niet baten. Het interesseerde ze werkelijk geen hond.
Dank je wel voor de aandacht die hier nogmaals op gevestigd heb, ze mogen best even terecht gesteld worden. Ze hebben keihard gefaald en dat mogen ze weten ook.
Joris van Wouden
Algemeen FGw studentenraadslid,
namens Ons kritisch alternatief.
Ten eerste begrijp ik de relatie van de eerste alinea met de rest van het stuk niet, mij lijkt dit een totaal andere zaak.
To the point: er wordt hier een goed punt aangedragen, en dat is miscommunicatie. Om deze zaak echter aan te pakken en dit te generaliseren naar het gehele functioneren van de raden is niet echt wetenschappelijk te noemen.
Zover ik het begrepen heb is de CSR erg beladen door de brede labels kwestie. Een kwestie die in mijn ogen een karakter heeft met meer impact. Als brede labels worden ingevoerd zou Roemeens zonder instemming van de medezeggenschap zo afgeschaft worden.
Verder vind ik stemmingsmakerij (uitspraken vanuit de onderbuik) geen goede zet voor de slagvaardigheid van de medezeggenschap (ongeact welke partijen het betreft.)
Davy, waar heb je het over? Ik kan je niet volgen. Volgens mij heeft Van Heest een redelijk helder betoog geschreven, gebaseerd op enkele rake observaties.
Een afscheiding van de fractie? Alsjeblieft zeg. Laten we niet doen alsof het afschaffen van de studie Roemeens (3 man en wat keuzevak studenten?) hetzelfde is als het afschaffen van de studie media- en cultuur. Voor een ‘eenvoudige buitenstaander’ trekt van Heest buitenproportioneel harde conclusies, op basis van observaties die op zijn best voor de hand liggend zijn te noemen. Alleen omdat het om partijgenoten gaat, betekent niet dat men het oneens kan/mag zijn met elkaar. Uiteraard, de twee voorzitters FGw/CSR hadden elkaar op moeten zoeken. Maar wie zegt dat dat niet is gebeurt? Als de CSR vervolgens denkt, ‘wij vinden het heel erg jammer, maar wij hebben nog tegen de 30.000 andere studenten om aan te denken’, dan geef ik ze groot gelijk.
Tenslotte: de meiden van mei zijn inderdaad schitterend, maar de gedachte dat dit de meest zwaarwegende verklarende factor is voor de goede vertegenwoordiging van de partij in de studentenraden is evidente nonsens. De dames van de FNWI waren vorig jaar veruit de mooiste, maar konden het helaas niet winnen van de tegenstanders van Lief. Daarbij komt dat deze uitspraak bedoelt als grap, door van Heest geponeerd als serieus te nemen stelling, een grove onderschatting is van de studerende kiezer en Nikolai Jacobs in de verste verte niet op Silvio Berlusconi lijkt.
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)