Aan het zweten en zwoegen voor een tentamen? Dan is het tijd voor een relativerende opmerking. Tentamens zijn belangrijk, maar hebben soms maar weinig te maken met werkelijk begrip van de stof.
Ik heb ooit in een column geschreven dat ik met een jaar oefenen iedereen voor ieder tentamen een tien kon laten halen. Dat resulteerde direct in een flink aantal brieven van ouders die mij wel wilden inhuren om hun zoon of dochter over de drempel te helpen. De voorgestelde bedragen waren trouwens allemaal uiterst bescheiden.
Mijn punt was (en is) dat het maken van een tentamen een kunst apart is. Er is vaak een aparte cultuur van ‘mooie’ opgaven – een studieobject an sich. Op het moment dat je in het hoofd van de tentamenmaker weet binnen te dringen, kun je als het ware de kluis zo leeghalen. Ik weet dat uit eigen ervaring, omdat ik mijn vrouw ooit een tien voor wiskunde heb laten halen, zonder iets van wiskunde uit te hoeven leggen.
Het bovennatuurlijke ontzag voor tentamens en toetsen wordt vroeg bijgebracht. Twaalfjarigen bibberen al voor de Cito-toets, soms met tragikomische effecten. Zo kreeg een meisje aan het begin van het schooljaar een nieuw potlood uitgereikt. De leraar vertelde de kinderen dat ze met dit ‘magische’ potlood de Cito-toets zouden gaan maken. Tot die tijd moesten ze het zorgvuldig bewaren. Het meisje koesterde het gehele jaar haar kleinood. Eindelijk kwam de grote dag van de toets. Met de grootste zorgvuldigheid kruiste ze de goede vakjes van de meerkeuzevragen aan. Toen enkele weken later de uitslag kwam, bleek ze geen enkele vraag goed te hebben. Uit angst het potlood te breken had ze niet hard genoeg durven drukken. Op het uitslagenvel was niets te zien.
Moraal van dit verhaal: zorg voor precies genoeg tentamendruk. ||| Robbert Dijkgraaf


reacties1
Stukje crowdsourcing naar de studenten toe: met een beetje Googlen vind ik die column niet. Wie wel?
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)