Ik zag het net bij het hardlopen: het is weer Huishoudbeurstijd. De vlaggen hingen er al, de dranghekken waren al opgesteld, en ik meende zelfs al enkele modale Nederlanders met zakken van modale middenstanders over het onherbergzame Europaplein tegen de harde wind in richting station te zien ploeteren. Maar dat zal wel verbeelding zijn: thuisgekomen zag ik dat dit typische staaltje Nederlandse kleinburgerlijkheid nog moet beginnen. Van 18 tot 26 februari geldt op de Europaboulevard, het Europalein en het gebied rond station RAI voor Amsterdammers code oranje: mijdt het gebied als de pest.
Ik kom hier nou al jaren zo’n twee tot drie keer per week langs, gewoonlijk aan het begin van de avond. Meestal biedt het volk dat zich tussen station en de RAI beweegt een staalkaart van het internationale beurzendom. Te dikke Britten met paarse overhemden en bankiersgrijze pakken, hongerig om zich heen loerende Russen met gouden schakelarmbanden, zuchtige Italiaansen in leer en bont – en vaak met knarsende trolley achter zich aan. Omdat ze nog moeten inchecken in een van die Noord-Koreaanse hotels langs de Europaboulevard. Of omdat ze hun vlucht moeten pakken en al uitgecheckt zijn. Twee dagen Amsterdam en dan heb je alleen dat troosteloze conferentiecentrum gezien, over het winderige Europaplein geflaneerd en je een poot laten uitdraaien in de roversholen in de Scheldestraat die voor horeca moeten doorgaan. Welkom in Nederland!
Maar drie keer per jaar ben ik als hardlopende academicus pas echt in mijn sas. Dan vergasten AutoRAI, Horecava en vooral Huishoudbeurs mij op een representatieve dwarsdoorsnede van de Nederlandse populatie die ik in mijn Amsterdamse biotoop godlof nimmer tegenkom.
De AutoRAI is voor de kaalgeschoren mannen met hun jackie, hun ruitjeshemd, hun gebleekte spijkerbroek en hun puntschoentjes die met zoonlief folders en stickers gaan scoren en aan het eind van de dag volgepakt en met een hoofd vol mobiliteitsdromen weer huiswaarts keren.
De Horecava is er voor de horecaboeren. Ploegsgewijs stapt men ‘s morgens de naargeestige RAI-hallen in om er ‘s avonds waggelend en breedbeens weer uit te komen rollen, onderweg boertige grollen spuiend – hoe vaak heb ik niet ‘ze hebben ‘m al!’ achterna geslingerd gekregen – om ’s avonds moe maar voldaan en heel wat nieuwe horecaconcepten wijzer tegen de kont van de vrouw te kruipen.
Maar het fascinerendste is toch echt de Huishoudbeurs. Niet alleen heb ik geen benul wat dat nou voor beurs is – bij auto, motor, boot, fiets of kampeerbeurs is dat allemaal zonneklaar – maar vooral het kunnen beschouwen van de provincievrouw in haar natuurlijke habitat maakt het staren naar de lange drom die ‘s morgens en ’s avonds dit prachtige Amsterdam bevolkt tot een welhaast exotische ervaring. Ten eerste kramen ze allemaal vreemdsoortige keelklanken uit die nog het meeste lijken op giechelen. Ten tweede zijn er maar twee varianten: er zijn oudere met kort, rood geverfd haar, die geheel gekleed zijn in de Human Nature-lijn van de ANWB. En er zijn jongere met lang, blond geverfd haar, die zijn gehuld in goedkope imitaties van de jassen, laarzen, schoenen, rokken van Oud-Zuid. Ten derde zijn ze allemaal – oud, jong, arm, rijk, blond, rood – uit op koopjes of beter nog: gratis proefjes. En dus hebben sommige een pakezel meegenomen: de huispantoffel, die aan het eind van de dag het geroofde fijn naar de trein mag dragen.
Maar hoe fascinerend ook, als ik deze specimen van de Nederlandse vrouw in ogenschouw neem, overvalt mij tevens – ik kan er niets aan doen – een vluchtige schaamte voor de rest van Nederland. Want vergeleken met de internationale schade die dit erotisch kapitaaldeficiet aanricht als het driemaal per jaar uitwaaiert over de wereld, is de Polenlijn van Wilders een niemendalletje. ||| Ewald Engelen



reacties1
Smakelijk gelachen om het stuk! Ik leid u graag rond over de beursvloer, zodat u kunt zien hoe het er echt aan toegaat op Nederlands grootste consumentenevenement in zijn soort.
Pim van Houten
Amsterdam RAI
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)