Nederland is het langste land ter wereld. De gemiddelde lengte van Nederlandse mannen ligt nu rond de 1,85 meter. En we komen van ver, want in de negentiende eeuw stonden de Nederlanders nog bekend als opvallend klein. Vele argumenten worden genoemd om deze anomalie te verklaren, zoals onze goede genen voor lactose-tolerantie, waarmee wij onbeperkte hoeveelheden melk en kaas kunnen verorberen, en de hoge stapels volkoren boterhammen die onze kinderen voorgeschoteld krijgen.
De economische historicus Jan Willem Drukker heeft een andere verklaring geopperd. Hij wijt de spectaculaire groei van de Nederlander na 1850 aan de verregaande democratisering en emancipatie van ons land. Die ontwikkeling heeft geleid tot een zeer afgeplatte verdeling. Er is hier maar weinig ruimte voor welvaartsverschillen. In slechte dagen noemen we dit het maaiveld, in goede dagen de hoogvlakte.
Als je de gemiddelde lengte wilt laten toenemen, zo gaat de redenering, is het voordelig de rijkdom breed te verspreiden. Als alle mensen beter te eten hebben, zodat ze, zeg, 1 centimeter langer worden, dan stijgt de gemiddelde lengte natuurlijk ook met 1 centimeter. Wil je hetzelfde effect bereiken met slechts tien procent van de bevolking, dan moet die elite wel 10 centimeter groeien. Heb je een bananenrepubliek voor ogen waar slechts één procent de vruchten van het goede leven plukt, dan zullen die welgestelden allemaal een volle meter moeten doorgroeien.
Ook het Nederlandse universitaire landschap wordt wel een hoogvlakte genoemd. De onderlinge verschillen zijn klein: bijna alle universiteiten staan in de top-200 van de wereld. En de gemiddelde kwaliteit is hoog: zowel in aantal als impact van hun publicaties staan onze onderzoekers wereldwijd in de top-3. Misschien hebben die twee effecten wel iets met elkaar te maken. We zijn gewoon wereldkampioen gemiddeld zijn, of het nu de lengte van ons lichaam of onze publicatielijst betreft. ||| Robbert Dijkgraaf



reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)