Ik heb één schooljaar op de Hartenlustmavo gezeten. Het was 1993. Mijn leeftijd droeg de naam 13. Het Hartenlust was in het chique Bloemendaal gevestigd. De meeste leerlingen woonden, aan de andere kant van het spoor of het fietstunneltje, in Haarlem. Tijdens dat jaar ervoer ik voor het eerst de toverkunst van een dansvloer.
In de laatste klas van de lagere school was ik een paar keer naar een klassenfeest geweest. Er werd in de huiskamer gedanst. Het was geen ritmisch bewegen. De huiskamerfeestjes waren een excuus om te schuifelen; het ene lichaam tegen het andere aan drukken op I do it for you.
Het slijpen was niet voor iedereen weggelegd. Wie er niet bij hoorde, dus geen Levi’s 501 of LA Gear droeg, slowde niet maar keek met een mond vol wokkels van de zijkant toe. De ontwikkeling van je seksualiteit werd niet door je lichaam bepaald, maar in welke mate je het met merkkleding bedekte.
Op het schoolfeest van het Hartenlust waren geen wokkelchips. De gordijnen van de aula waren door de conciërge dichtgetrokken. Wat iemand aan had, kon je niet zien. De donkerte maakte ons gelijkwaardiger. De kunstmatige duisternis werd onregelmatig geschonden door lichtstralen die wild op de maat van de muziek door de ruimte dansten.
Richard zat net als ik in de brugklas. Een jongen die niets in de melk te brokkelen had op het schoolplein. Maar op de linoleumvloer stond geen figurant met zijn handen in zijn zakken. Daar danste een stoer en autonoom wezen. Met zijn armen verleidde hij mij, op de muziek van Charles and Eddie, de vloer te betreden. Ik weet nog goed hoe mijn hart zijn verzoek beantwoordde met een hard en snel gebonk in mijn borstkas. Ik was bang. Opgewonden. In de war.
Ik bleef niet staan, liep niet weg maar sprong en gaf mij over aan de dansvloermagie.


reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)