Ik zeg het maar meteen: ik háát Derek Ogilvie. Ik zou een degelijk stukje met meer tegens dan voors kunnen schrijven, om over dertien zinnen tot die conclusie te komen, maar dan leid ik u met een omweg naar het bekende end. Ik háát hem, en toch kijk ik steevast naar zijn shows.
‘Hoe kan Derek nou via kleine Wesley weten dat z’n oma door een val van de trap aan haar einde is gekomen?’ Voorkennis, foeter ik. Nu is het aan Derek te bewijzen dat hij niet handelde in voorkennis, wat nauwelijks uitgesloten kan worden. Of heeft het slachtoffer in alle opwinding per ongeluk meegebouwd aan de reading en gaandeweg verklapt op wiens geest stiekem werd gehoopt? De kritiek waaraan sceptici mediums onderwerpen is altijd min of meer hetzelfde. De bewijzen die de wetenschapper zoekt zijn er niet, dus de discussie heeft altijd dezelfde vorm.
Filosofe Angela Roothaan pakt het interessant aan in haar boek Geesten. Zij begint met: ‘Ik geloof dat die ervaring bestaat.’ Er zijn mensen met onverklaarbare en onwaarschijnlijke ervaringen, en mensen zonder die ervaringen. Ondanks dat de sceptici vinden dat de moderne rede en wetenschap heeft weerlegd dat zulke ervaringen een reële basis hebben, blijven ze massaal aanspreken. De geestenwereld blijft ‘bestaan’ in de geest.
Jaren geleden al ging Ogilvie in op de uitdaging van James Randi, die één miljoen dollar uitloofde voor degene die zijn paranormale gave geloofwaardig kon maken. Derek faalde jammerlijk, iedereen kon het zien, maar dat weerhield hem er niet van een handeltje op te zetten in boodschappen van gene zijde. En de mensen stroomden toe.
Misschien is het aantrekkelijke voor de gelovers dat ze ook oneindig zullen rondwaren. Dat ze nooit dood hoeven te gaanen hun geliefden ook nooit echt dood zijn gegaan. Misschien hoop zelfs ik daar stiekem op. Niet dat ik bang ben voor de dood – alleen voor de lange tijd daarna, waarin Derek Ogilvie me zou kunnen aanspreken. ||| Emma Curvers



reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)