Ik ben vorige week op Twitter op onvergeeflijke wijze uit mijn slof geschoten. In respons op uitlatingen van Van Bijsterveldt in de Volkskrant dat ouders maar wat minder moesten werken en zich wat meer om hun kinderen moesten bekommeren, twitterde ik woedend: ‘Bijsterveld ovr (sic) ouders: nauwelijks kiezers, maar dat belet christenhonden niet ons hun benepen wereldbeeld op te leggen bit.ly/uGWr0D’… Om er op de vraag van een volger of ik boos was, aan toe te voegen: ‘Ja echt boos; waar haalt ze het gore lef vandaan om goedwillende ouders van egoïsme te beschuldigen, de kakelende doos.’
Nou dat heb ik geweten: de een na de ander liet mij weten beledigd te zijn, zich geschoffeerd te voelen, woedend te zijn, mij vandaag nog thuis te zullen komen opzoeken om mij kennis te laten maken met een staaltje gristenliefde dat mij nog lang zou heugen. Ruim vijftig volgers heeft het akkefietje me gekost. En de zeurende wetenschap dat ergens, diep in de krochten van het internet, een uitlating van mij rondzwerft waar ik onherroepelijk mee om de oren word geslagen als ik ooit nog een keer tot Minister van Financiën ( ; ) ) word benoemd. Mijn geweten is publiek domein geworden. Een angstaanjagende gedachte.
Maar het pijnlijkst vond ik de tweets van volgers die aangaven niet boos maar teleurgesteld te zijn. ‘Ik dacht dat u een beschaafde man was maar…’ ‘beneden je waardigheid zo’n term…’ ‘het laagje vernis is van deze gepolijst sprekende professor afgevallen…’ Dat werk. Sinds ik een keer op mijn vijftiende dronken van een schoolfeestje terugkwam en mijn moeder me niet onder uit de zak gaf maar huilend aan mijn bed kwam zitten, ben ik een sucker voor dit soort chantage. Boetes, eenzame opsluiting, zonder eten naar bed, zweepslagen, hete ijzers – het deert me allemaal niets. Sterker nog, het staalt alleen maar het eigen gelijk. Maar o wee als iemand mij met van die Bambi-ogen aankijkt en zegt: ‘Ik ben niet boos maar verdrietig.’
Al met al een leerzame ervaring. Inderdaad, zoals een volger mij twitterde, verwijzend naar een toespraak die ik eerder bij de Jonge Democraten over migratie en de multiculturele samenleving had gegeven, ‘een zaal vol D66′ers is niet hetzelfde als twitter’. Kennelijk is een substantieel deel van mijn 1850 plus volgers christen. En kennelijk is het voor deze volgers beledigend om te worden uitgemaakt voor christenhonden. Ik dacht dat we allemaal hetzelfde ironische universum bewoonden. Niet dus. Ik heb dan ook terstond mijn verontschuldingen aangeboden voor mijn beledigende en onnodig grievende uitlatingen.
En toch begrijp ik de ophef niet helemaal. De oproep van de minister staat haaks op wat er mijns inziens met het Nederlandse onderwijs moet gebeuren. Niet meer ouders maar juist meer staat. Al vijftig jaar zijn de schooltijden in Nederland hetzelfde, terwijl moeders sinds de jaren negentig massaal zijn gaan werken. Bovendien zijn door bezuinigingen steeds meer extracurriculaire activiteiten – luizencontrole, bibliotheekbeheer, tussenschoolse opvang, opleuken van het klaslokaal, organiseren van feestdagen, bijspijkeren van slechte lezertjes – in de schoot van ouders geworpen. Zij zijn sinds 1990 niet minder maar veel meer tijd aan dit soort activiteiten gaan spenderen. Tot slot kenmerkt het Nederlandse onderwijsbestel zich door geringe sociale stijging. Geen betere voorspeller voor het uiteindelijke diploma van kinderen dan het opleidingsniveau van hun ouders. In Nederland worden dubbeltjes zelden kwartjes. En hoe komt dat? Doordat ouders in het Nederlandse onderwijs een veel te grote rol spelen bij de overdracht van kennis, vaardigheden en vooral studiehoudingen. Wel of geen applaus voor hoge cijfers, wel of niet helpen met huiswerk, wel of geen boeken in huis, wel of geen bijles als de resultaten tegenzitten, wel of geen museabezoek in vrije tijd, wel of geen gesprek over de eurocrisis – dat soort zaken. Oftewel, als Van Bijsterveldt een echte kindervriend was geweest zou zij niet hebben gepleit voor meer betrokkenheid van ouders maar juist voor minder, niet voor minder verantwoordelijkheid van de school maar juist voor meer, niet voor minder staat maar juist voor meer.
Maar ja, dat kost geld en dat is er niet. En het botst met de gezinsideologie van de christendemocraten en als Marja iets is, is het dat. Die van God gegeven arbeidsdeling tussen man en vrouw die in Nederland nog altijd stilzwijgend als norm geldt en de man als kostwinner en de vrouw als barensmachine ziet, prikt namelijk op allerlei plekken door het interview met Van Bijsterveldt heen. Obscurantisme is het, geen ratio. Er is namelijk geen enkel deugdelijk argument voor de claim dat ouders hun kinderen beter opvoeden, opleiden, begeleiden dan geschoolde buitenstaanders. Integendeel, slechte ouders maken meer kapot dan je lief is, terwijl pedagogische onderlegde leerkrachten meer kunnen helen dan slechte ouders kunnen vernielen. Op veel plekken in Europa hebben ze dat licht gezien en de invloed van godsdienst op het onderwijs weten te beperken. Zo niet in Nederland, waar de verzuiling weliswaar is afgelopen maar religie nog altijd een buitenproportionele invloed op het onderwijs heeft.
En de eerlijkheid gebiedt mij te vermelden dat ik religie godsonmogelijk serieus kan nemen. Van mijn tiende tot mijn vijftiende door mijn moeder driewekelijks meegenomen naar bijeenkomsten van Jehovah’s getuigen kan Bijbelkennis mij moeilijk ontzegd worden. Ik weet wie Paulus is (een geradicaliseerde Joodse pederast), ken mijn klassiekers, heb kennis van de ontstaansgeschiedenis van de Bijbel (een palimpsest van tekstfragmenten die pas in de vijftiende eeuw zijn gecodificeerd tot wat ahistorische idioten de door God ingefluisterde Heilige geschriften noemen) en ken de chilliastische heilsverwachtingen die door ‘dopies’ als Johannes zijn opgetekend. Maar laten we wel wezen: er is toch geen haar op je wetenschappelijk geschoolde hoofd dat deze flauwekul serieus kan nemen. Het scheppingsverhaal is potsierlijk, het idee van een scheppende God te infantiel voor woorden, en de heilsverwachting van het christendom in al zijn vormen en gedaantes niet alleen in tegenspraak met een lange geschiedenis van intolerant geweld maar ook te primitief voor hoogontwikkelde arbeidsdelige samenlevingen als de onze. Hoe kan je geloven en even later in je BMW stappen? Hoe kan je bidden en daarna je BlackBerry raadplegen? Hoe kan je naar de kerk gaan en vervolgens doodgemoedereerd op internet een vakantie boeken? Hoe kan je het geloof in een God dat ons via enkele primitieve herdersstammen uit het Midden-Oosten en een stel middeleeuwse patjepeeërs is overgedragen in Godsnaam combineren met het wetenschappelijke wereldbeeld dat in het merendeel van de artefacten die ons dagelijks leven bepalen, besloten ligt?
Ik vind geloof om die reden pathologisch. Het is alsof sommigen van ons de reptielenlaag van hun brein onvoldoende onder controle hebben. De naam van deze afwijking: religie. Wat mij betreft heeft deze afwijking lang genoeg bepaalt hoe wij moeten leven, wat mij moeten vinden en wat wij moeten weten. En kom niet aan met het argument dat religie de hoeksteen van onze moraal is. Dat is net zoiets als beweren dat een monetair stelsel zonder goud onmogelijk is. Gelul, dus. Of zoals John Maynard Keynes over de goudstandaard zei: een barbarisme.
Maar goed, in het vervolg zal ik die @#$%*&± gelovigen onder ons niet meer aanduiden als christenhonden maar als malloten.


reacties4
Geen zelfmedelijdende christen hier. Vraag je eens heel eerlijk enkele dingen af; Wat is de echte reden van je afkeer van het (christelijke) geloof? En weet je zeker dat er 1 soevereine waarheid is? (hoe kun je zo stellig zijn als je niet meent dat jouw waarheid de absolute is?)
Gaan we weer terug naar dat geloof en absolute waarheid. Dat is het hele punt toch niet JanWillem.
Op twitter ergert Engelen zich aan een oproep van een minister, malloten vallen over de opmerking. Niet vanwege het argument, maar het waardeoordeel dat daaraan is gekoppeld. Engelen licht zijn stelling hier uitgebreid toe en nu doe jij weer hetzelfde: de discussie vervuilen met een hele andere stelling. Ga nou eens in op die uitspraak van de minister.
Op dat punt heeft Engelen gewoon gelijk. En dat komt neer op dit punt: “Die van God gegeven arbeidsdeling tussen man en vrouw die in Nederland nog altijd stilzwijgend als norm geldt en de man als kostwinner en de vrouw als barensmachine ziet, prikt namelijk op allerlei plekken door het interview met Van Bijsterveldt heen. Obscurantisme is het, geen ratio.”
Heerlijk commentaar, vooral als dat geluid van engelen komt.
Over hopelijk niet al te lange tijd zullen ze het hedendaagse onderwijs ook als barbarisme betitelen.
Onbegrijpelijk, ze hadden de wetenschap en zijn toch maar doorgegaan.
Stevig Ewald, als erwtensoep in de winterkou. Ga zo door!
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)