De filmzomer van 2012 is weer min of meer voorbij. De grootste succesfilms hangen nog rond in de kleinere zalen, voor de doorgewinterde fan die The Hunger Games nog een laatste keer op het grote doek wil zien, of voor die enkeling die twee maanden na de première nog altijd The Dark Knight Rises niet heeft ondergaan. Als de wereldwijde omzet is opgeteld en uitgerekend, zal opnieuw blijken dat de heersende logica van de zomer-’blockbuster’ de filmstudio’s nog steeds geen windeieren legt: sinds het reusachtige succes van Jaws in 1975 leunt de Amerikaanse filmindustrie elk jaar op een klein aantal peperdure zomerfilms die de omzet min of meer eigenhandig moeten garanderen. Maar meer dan ooit tevoren zien we dit jaar dat de grote zomerfilms met name onderdelen zijn van eindeloze franchises: filmseries die niet alleen even voorspelbaar als onvermijdelijk zijn, maar die inmiddels meer leunen op merknamen en logo’s dan op individuele acteurs of filmmakers.
De eerste grote zomerfilm, Marvel’s The Avengers, is een duidelijk voorbeeld van deze logica. Na een reeks films gebaseerd op verschillende individuele superhelden uit de stal van stripboekenuitgever Marvel Comics, bracht deze film voor het eerst personages als Iron Man, Thor en The Incredible Hulk samen in één film. Elke eerdere aflevering in deze reeks functioneerde daarom niet zozeer als onafhankelijk verhaal, maar meer als een lange trailer voor een groter avontuur dat nog moest volgen. En ook al is het zo dat weinig fans zich bekocht voelen door het onderhoudende eindproduct, ook deze film eindigt uiteraard met een aankondiging van het onvermijdelijke vervolg. Dat de merknamen en logo’s hierbij belangrijker zijn dan de individuele bijdragen, blijkt niet alleen uit de titel van de film, waarin uitgeverij Marvel nadrukkelijk wordt genoemd, maar ook door het feit dat de Hulk nu voor de derde opeenvolgende keer door een nieuwe acteur wordt gespeeld.
Dat niemand onvervangbaar is in het Hollywood van de 21e eeuw, blijkt ook uit de nieuwste film in de populaire reeks actie-spionagefilms rondom Jason Bourne: The Bourne Legacy. De eerste drie films vormden een relatief hechte trilogie waarin Matt Damon een huurmoordenaar met geheugenverlies speelde die langzaam maar zeker zijn ware identiteit opnieuw ontdekt. Na drie films leek het gehele verhaal verteld en zei Matt Damon ook geen heil meer te zien in verdere vervolgfilms. Maar het Bourne-merk bleek zo waardevol dat er toch weer een sequel werd opgezet rondom een nieuw personage, gespeeld door Jeremy Renner. Met de slogan ‘there was never just one‘ trachtten de producenten het publiek te overtuigen dat deze nieuwe film meer is dan een cynische poging om te teren op eerdere successen, maar de film lijkt meer dan ooit een lauwe herhalingsoefening.
Steeds vaker zien we franchises doorgaan, onafhankelijk van de individuele talenten die met het origineel geassocieerd werden. Zodra een winstgevende filmreeks dreigt te ontsporen of zelfs af te lopen, vindt er als vanzelfsprekend een reboot plaats: een nieuwe film die op basis van de vertrouwde merknaam de serie nieuw commercieel leven inblaast. Deze zomer zagen we dat niet alleen bij The Bourne Legacy, maar ook bij The Amazing Spider-Man, en zelfs het als slotfilm aangekondigde The Dark Knight Rises functioneerde uiteindelijk toch vooral om een nieuw begin aan te geven voor de onvermijdelijke Batman-reboot. Om de winstmarges nóg groter te maken, is ook besloten om van het Hunger Games-drieluik toch maar vier films te maken, en wordt Peter Jacksons The Hobbit zelfs een trilogie. Net als bij een McDonald’s hamburger maakt het daarom steeds minder uit wat er precies in de film zit en wie hem precies gemaakt heeft: de merknaam geeft je een vertrouwd gevoel. En ook al smaakt die Big Mac eigenlijk nergens naar, je koopt hem uiteindelijk toch wel weer – al was het maar omdat er echt geen ontkomen aan is.


reacties1
Waar een film voor dient en hoe deze uitpakt, zijn natuurlijk twee verschillende zaken die totaal niet hoeven te vloeken. Muziek wordt ook eindeloos gerecycled en zolang mensen dat leuk vinden, wordt het afgenomen en blijft het (ook) gemaakt worden op die manier. En net als in het echte leven is niemand onmisbaar. Een acteur is er om een personage tot leven te brengen en er zijn genoeg acteurs. Daar wordt niemand echt mee pijn gedaan… In tegenstelling tot een McDonalds hamburger, waarbij mens en dier wordt pijn gedaan. Daarnaast weet je bij een film niet altijd waar je aan begint, i.t.t. een hamburger bij McDonalds. Ontkomen aan een film is een eitje, niet kunnen ontkomen aan McDonalds is enkel je eigen schuld.
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)