Er is nogal wat te doen om Eurest. Studenten vinden de nieuwe cateraar van de UvA en de HvA te duur, het aanbod te eenzijdig en de openingstijden onhandig. En misschien nog wel het ergste: de beroemde broodjes van Tony in het Atrium op het Binnengasthuisterrein zijn niet meer. ‘Opstartproblemen,’ zo luidde de verklaring van de cateraar. ‘Er wordt aan gewerkt.’
Toeval of niet, afgelopen donderdag organiseerde Eurest ter kennismaking een proeverij voor leden van de Amsterdamse Academische Club (AAC). Het menu van de sociëteit van de UvA wordt immers ook door de nieuwe cateraar verzorgd. Ik was benieuwd of de AAC-leden – voornamelijk grijze emeritus hoogleraren en alumni die de Maagdenhuisbezetting nog hebben meegemaakt – wellicht wat milder in hun oordeel over Eurest zouden zijn.
Bij binnenkomst word ik hartelijk onthaald door Maaike Ambags, directeur van de soos, en een meneer van Eurest. ‘Laat u verrassen,’ deelt hij iedereen glimlachend mee die langsloopt. Dienbladen met glazen bubbels komen voorbij, een band speelt bekoorlijke jazz en de ruimte is goed gevuld met – inderdaad – voornamelijk seniore heren en dames: laat de verrassingen maar komen.

De eerste verrassing dient zich al snel aan. Deze kaasbitterballen waren inderdaad verbazingwekkend lekker.

Als alle gasten er zijn, begint Maaike – rechts op de foto – een korte toespraak. Al snel blijkt dat het niet zozeer Eurest, maar eerder de Academische Club is die zijn imago wat wil oppoetsen. Maaike vertelt over de nieuwe koers die de Academische Club wil gaan varen (er komt een wekelijkse vrijdagmiddagborrel) en de samenwerking met Eurest (voorganger Sorbon liet soms nogal te wensen over). ‘Het verandert hier toch niet in een kroeg?’ hoor ik een dame naast me zorgelijk tegen haar vriendinnen zeggen.

Nee, daar hoeven de leden niet bang voor te zijn. ‘We willen er niet een nieuwe Krater of Atrium Café van maken,’ vertelt Bas Raaphorst, operation manager ‘binnenstad’ bij Eurest, op de foto rechts. ‘Maar ietsje jonger mag wel. Onze clientèle bestaat toch voornamelijk uit, nou ja, mensen die ongeveer even klassiek ogen als ons meubilair.’ Bevlogen vertelt hij verder. ‘De club moet een academische ontmoetingsplaats worden, waar een emeritus professor bij wijze van spreken een discussie voert met jonge studenten, onder het genot van een hapje en drankje.’

En zie hier hoe Raaphorsts toekomstdromen direct bewaarheid worden. Collega Bob, nog jong en vol levenslust, in gesprek met een meneer die zomaar een emeritus professor zou kunnen zijn. Of hij vindt dat de academische club wel wat jonger kan? ‘Laatst was ik boven aan het vergaderen, maar we konden elkaar niet verstaan omdat er beneden iemand zat die vanwege zijn doofheid zo hard praatte dat ramen ervan trilden.’ Duidelijk.

Nog zo’n verrassing: iets met asperges, aardappelpuree en rosbief. Wederom erg smakelijk, al doet deze foto wellicht anders vermoeden. Over de erwtensoep met truffelcrème, die hieraan voorafging, is trouwens niet iedereen tevreden. ‘Die crème hoeft voor mij niet zo,’ vertelt een mevrouw met wie ik aan de praat ben geraakt. Ze is UvA-alumna en gaat met haar vriendinnen regelmatig wat drinken bij de Academische Club. Omdat ik het onbeleefd vind om foto’s van etende mensen te maken, laat ik mijn camera even in mijn tas. Ze praat honderduit. ‘Ach jongen, toen ik studeerde kon je nog meemaken dat je naar een middagvoorstelling in Tuschinski ging, naar buiten liep en een politiepaard voorbij zag galopperen. Zonder agent erop!’
En zo heeft iedereen die hier vanavond is eigenlijk wel een sterk verhaal te vertellen. Of nee, een verrassend verhaal. Dat is het woord.



reacties1
Ik hoú hiervan
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)