De meeste films die op het witte doek verschijnen, zijn tien jaar later weer vergeten. Een kleine groep stijgt door ongewoon financieel of kritisch succes boven de massa uit en blijft daarom wat langer in de gemeenschappelijke herinnering hangen. Een enkeling wordt na jaren uitgeroepen tot ‘klassieker’ en behoudt enige status in het culturele domein. Maar er zijn natuurlijk veel meer films die weinig bekendheid genieten en toch de tand des tijds glansrijk hebben doorstaan. In deze maandelijkse reeks staan we stil bij de minder bekende klassieker. Deze week ter gelegenheid van de bijzondere Stanley Kubrick-tentoonstelling in filmmuseum EYE: Barry Lyndon (1975) van Stanley Kubrick.
Stanley Kubrick (1928-1999) staat te boek als een van de grote genieën uit de filmgeschiedenis. Binnen zijn oeuvre van twaalf volledige speelfilms verkende hij verschillende genres, doorbrak hij taboes, verlegde hij technische grenzen, en wist hij steeds opnieuw de tijdsgeest op een unieke manier te vangen. Films als Dr. Strangelove (1964), 2001: A Space Odyssey (1968), A Clockwork Orange (1972) en The Shining (1980) zijn meer dan films: het zijn iconische fenomenen die behoren tot de meest invloedrijke werken uit de filmgeschiedenis. Elke fan heeft zo zijn of haar eigen persoonlijke favoriet, maar op de een of andere manier wordt Barry Lyndon vaak over het hoofd gezien.
Sinds het grote succes van de epische avonturenfilm Spartacus (1960) had Kubrick de ene na de andere bioscoophit afgeleverd. Zijn films waren controversieel, en niet bij alle critici even geliefd, maar waren stuk voor stuk populaire fenomenen die je op dat moment gezien móest hebben, al was het alleen maar om erover mee te kunnen praten. Na de gigantische controverse rondom het gewelddadige A Clockwork Orange in 1972 waren de verwachtingen rondom zijn eerste nieuwe film in drie jaar hooggespannen toen Barry Lyndon eindelijk verscheen. Opnieuw had Kubrick technische grenzen verlegd: door unieke NASA-lenzen op een speciaal gefabriceerde filmcamera te monteren, was hij er voor het eerst in geslaagd om meerdere interieurscènes- puur en alleen bij kaarslicht op te nemen.
Voor het eerst liet een nieuwe Kubrick-film het grote publiek koud. In een aantal Europese landen en in Japan werd Barry Lyndon goed ontvangen, maar verder waren de reacties lauw. In 1975, het jaar van het grote internationale monstersucces van Steven Spielbergs Jaws, had men klaarblijkelijk niet het geduld voor een drie uur durende kostuumfilm over de opkomst en ondergang van een 18e-eeuwse gewetenloze schavuit. Het uitblijven van grootschalig succes zou dan ook de grootste teleurstelling uit Kubricks carrière worden.
Maar met de jaren is de reputatie van Barry Lyndon gestaag blijven groeien. Het rustige tempo van de film, het sterke gevoel voor (zwarte) humor en de ongeëvenaarde cinematografie creëren samen een kijkervaring die nog het best als ‘hypnotisch’ omschreven kan worden. De film brengt je als kijker al snel in een soort trance waarin je wordt meegenomen naar een vreemde, maar altijd herkenbare wereld: net als de ruimtereis in 2001: A Space Odyssey word je ook in Barry Lyndon losgekoppeld van al je verwachtingen en kun je na afloop niet wachten om nog eens deze ‘trip’ te ondergaan. Maar waar de meeste Kubrick-films de hoofdpersonen op een koele, afstandelijke manier in beeld brengen, leef je hier juist sterk mee met de tegenstrijdige emoties en belangen van de (anti-)held. Dit maakt Barry Lyndon niet alleen tot een van de meest indrukwekkende films uit het Kubrick-oeuvre, maar ook tot een van zijn meest menselijke.
Barry Lyndon is komende maand te zien in EYE als onderdeel van het speciale programma rond Stanley Kubrick.


reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)