Afgelopen weekend ging in Amerika de nieuwe film Looper in première. Deze nieuwe actiethriller met Bruce Willis en Joseph Gordon-Levitt zal waarschijnlijk geen blockbuster van Inception-formaat worden, maar is wel meteen door critici en science-fictionfans omarmd als een buitengewoon geraffineerd spel met de vele paradoxen die het idee van tijdreizen met zich meebrengt.
In Looper draait het verhaal om een huurmoordenaar in de nabije toekomst die voor de maffia mensen uitschakelt door ze mee te nemen naar het verleden en ze daar af te maken. Op een dag herkent hij zichzelf op oudere leeftijd in een van zijn doelwitten, en vervolgens stapelen de complicaties zich op.
In Nederland moeten we nog tot eind november wachten op de première, maar in de komende weken blikken we eerst terug op hoogtepunten uit de geschiedenis van dit genre.
Het idee van reizen door de tijd is een volstrekt modern begrip. Het korte verhaal ‘Rip van Winkle’ (1819) van auteur Washington Irving wordt vaak gezien als het eerste voorbeeld van een personage dat een tijdreis ondergaat. In het verhaal valt de luie Rip op een middag in slaap onder een boom en wordt hij tot zijn grote schrik pas twintig jaar later wakker. Al snel blijkt de hele wereld om hem heen ingrijpend veranderd te zijn: de Amerikaanse Revolutie heeft plaatsgevonden en de volledige samenleving is bijna onherkenbaar geworden. Voor Rip pakt het overigens niet slecht uit: zijn feeks van een echtgenote is inmiddels overleden en een grenzeloos optimisme kenmerkt de nieuwe natie waar hij zich in blijkt te bevinden. ’Rip van Winkle’ is daarmee een duidelijk voorbeeld uit de literatuur van het gegeven dat de geschiedenis in de moderne tijd in een dramatische stroomversnelling is geraakt.
Dit idee werd op grotere schaal geïmplementeerd door H.G. Wells in zijn boek The Time Machine (1895). In deze populaire roman zien we voor het eerst een uitvinder die een apparaat bouwt waarmee hij veel verder vooruit door de tijd kan reizen. Hij belandt uiteindelijk duizenden jaren in de toekomst, ver na de ondergang van de samenleving die hij kende, en treft daar een wereld aan waarin een strikte tweedeling bestaat tussen de heersende, ‘Eloi’, een rijke, hedonistische bovenklasse, en de monsterlijke ‘Morlocks’, de onderklasse die ook letterlijk onder de grond leeft. De opmars van het kapitalisme, die met de door Industriële Revolutie weer een enorme versnelling had gekregen, werd door Wells op deze manier fel bekritiseerd in een toekomstbeeld dat eigenlijk verdacht veel weg heeft van de (voor ons) onzichtbare arbeiders die onze iPhones produceren.
In de eerste helft van de twintigste eeuw ontwikkelde science-fiction zich voort uit het werk van auteurs als H.G. Wells en Jules Verne, maar bleef de invloed van het genre beperkt tot de relatief jonge groep lezers van goedkope pulpblaadjes. Pas na de Tweede Wereldoorlog, in het tijdperk van de kernbom en de Koude Oorlog, werd het genre populairder bij een groot publiek. Succesvolle televisieprogramma’s als The Twilight Zone, The Outer Limits, en Star Trek bestookten Amerikaanse huiskamers in de jaren ’50 en ’60 met speculaties over buitenaardse wezens, apocalyptische scenario’s, en ideeën over reizen door de tijd. Vooral Star Trek verkende met grote regelmaat de narratieve paradoxen die ontstaan wanneer je terug kunt gaan in de geschiedenis: in één aflevering gaat een personage per ongeluk terug in de tijd naar 1930, en blijkt een klein ongeluk grote gevolgen te hebben wanneer de nazi’s het in de toekomst voor het zeggen hebben. Zoals in latere films veel vaker zou gebeuren, moet er uiteindelijk met man en macht gewerkt worden om de originele loop van de geschiedenis te herstellen.
Wordt vervolgd.


reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)