‘Wat kun je toch goed Nederlands,’ zei de vrouw recht tegenover me lachend. Ik legde mijn telefoon weg en keek haar verbaasd aan. ‘Pardon?’ stamelde ik. Even wisselde ik blikken uit met andere reizigers in de treincoupé, maar niemand zei iets. Misschien moest ik het niet verkeerd opvatten.
‘Waar kom je vandaan als ik vragen mag?’ vervolgde de vrouw. Ze had een rode, lakleren jas aan en haar haren stonden alle kanten op. IJverig beet ze op haar pen terwijl ze me observeerde. Ik zocht met mijn ogen naar de Spits of de Metro. Nergens te bekennen. De vrouw bleef me strak aankijken. Ik gaf toe en mompelde vervolgens dat mijn ouders uit Somalië kwamen. Politieke vluchtelingen. ‘Oh, Somalië! Prachtig en zo keurig Nederlands. Keurig!’ kirde ze. ‘Waarom is dat zo bijzonder?’ bitste ik haar toe. Er volgde een stilte. Mijn buren, twee vrouwen van rond de dertig, waren plotseling geïnteresseerd. Ze keken nieuwsgierig onze kant op. Ik was het zat om iedere keer weer braaf te antwoorden dat ik in Nederland geboren ben en dus een Nederlander ben. Helaas wordt er niet altijd zo naar mij gekeken.
Nooit krijg ik als eerste vraag ‘Wat studeer je?’ Bijna standaard wordt er gevraagd: ‘Waar kom je vandaan?’ Is het onwetendheid of onverschilligheid? Soms kan ik niet met zulke vooroordelen omgaan. Vooral omdat ik er vrij weinig tegen kan doen.
‘Ze stelt wel een goede vraag. Hoezo is dat bijzonder?’ zei een Marokkaanse jongen die links voor me zat. ‘Dat is toch normaal?’ vervolgde hij. De trein stopte even. Ze stond op, legde een kaartje neer en verliet de coupé. De Marokkaanse jongen en ik bleven verbijsterd achter. De andere reizigers waren plotseling weer onbekenden. Op haar kaartje las ik: ‘Mirjam de Gooij, diversiteitsmanager’. We kregen de slappe lach. ||| Fatihya Abdi



reacties2
Lieve lezers,
De naam is gefingeerd uiteraard. Just so you know.
Mirjam ten Cate?
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)