In de brugklas heb ik een keer earl grey gerookt. Iemand vertelde dat je van thee roken stoned werd. Niet dat ik enig idee had wat high worden inhield, maar degene van wie ik het had, sprak het woord ‘stoned’ uit alsof hij mij verklapte waar een pot goud stond.
Samen met een klasgenoot haalden we na school twee blikjes cola, een zak chips en een pakje thee. Op een bankje voor de supermarkt probeerden we een theeblowtje te draaien. De gedroogde blaadjes gleden steeds weer uit het witte Rizla+-vloeitje. Vijf theezakjes verder hadden we een jwan. Die rook naar verbrande struik. Na het blowen fietsten we naar het Bloemendaalse Bos. Op de fiets was niets wat het leek, alsof de wereld gekneed werd. Waar ik mijn ogen op liet rusten veranderde van vorm.
We waren naar het bos gegaan om ons van de heuvels af te laten rollen. Maar eenmaal daar aangekomen waren we het plan vergeten. Op een omgewaaide boomstam aten we chips. ‘Gerrit Jan Heijn is hier vermoord,’ zei de klasgenoot.
Het was doodstil in het bos. Ik kreeg het benauwd. Het krakende geluid uit de mond van de klasgenoot deed denken aan iemand die over dorre takken rende. Het scherpe geluid nam in mijn hoofd in volume toe. Ik dacht terug aan de periode van slapeloosheid. Mijn buik werd warm van angst. Ik zette het op een rennen.
De laatste maanden van 1987 werd het nieuws gedomineerd door de kidnapping van Gerrit Jan Heijn. Nachten lag ik wakker in bed. Ik wist dat het sluiten van mijn ogen de opmaat was voor de terugkerende nachtmerrie. Een ontvoeringstafereel. Met veel kracht werd iemand een auto ingeduwd. Daar kreeg hij door een bivakmuts een pistool tegen zijn hoofd gedrukt. ‘Geld, klootzak, geld!’ Sinds die dag in het bos heb ik nooit meer thee gerookt. ||| Asis Aynan


reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)