De Duitse bondspresident Joachim Gauck hield dit jaar de 5 mei-lezing. Een inspirerende boodschap en een moedige uitnodiging van het Nationaal Comité 4 en 5 mei.
Gauck is op de dag af twintig jaar ouder dan ik. Maar wat een verschil tussen 1940 of 1960. Als kind van de Tweede Wereldoorlog én de Koude Oorlog (zijn vader werd gedeporteerd naar Siberië en hijzelf was een prominent woordvoerder van de oppositie tegen de DDR) heeft Gauck van nabij meegemaakt wat voor mij slechts krantenkoppen of nieuwsbeelden op televisie waren.
Gauck had een goede start, nadat hij in maart de brokkenpiloot Christian Wulff opvolgde. Zijn eerste staatsbezoek was opvallend. Hij ging niet naar het westen, maar naar het oosten. Dit keer geen traditionele reis naar Frankrijk, de oude bloedvijand die nu de betrouwbare andere helft van de Europese motor is geworden. Nee, de bestemming was Polen, dat Gauck roemde als `het Europese land van de vrijheid’. U begrijpt, als inwoner van het thuisland van het Polenmeldpunt, had ik daar wat ongemakkelijke gevoelens bij. We vergeten de laatste tijd te gemakkelijk hoe lang de Koude Oorlog heeft geduurd en hoe belangrijk de rol van het Poolse verzet tegen het communistische regime is geweest.
Deze dagen wordt de band tussen Nederland en Duitsland vooral gekleurd door de economie. Als twee exponenten van het spaarzame noordelijke deel van Europa lezen we graag het zuiden de les. Maar laten we de niet vergeten dat de oude scheiding tussen oost en west lang niet geheeld is. Zo betalen Duisters nog steeds een Solidaritätszuschlag om de voormalige DDR te helpen die oploopt tot 5,5 procent extra loonbelasting. De interne geldstroom van west naar oost ligt rond de 100 miljard euro per jaar. Vanuit dat perspectief is het misschien tijd voor een beetje meer Europese Solidarność. ||| Robbert Dijkgraaf


reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)