We zijn allemaal onder de indruk van de creativiteit en visie van technologiebedrijven als Apple en Google. Keer op keer weten ze nieuwe producten en diensten te bedenken waarvan we niet eens wisten dat ze konden bestaan. Hongerig kijken we uit naar de nieuwste versie. Eenmaal gelukkig met onze iPhone 4, kunnen we niet wachten op de iPhone 5.
Maar stel dat we de discipelen van Steve Jobs zouden vragen om de iPhone 29 te ontwikkelen. En om het extra moeilijk te maken, willen we dat dit product morgen te koop is, maar dat de verpakking pas over vijfentwintig jaar opengemaakt mag worden en dat deze telefoon dan probleemloos werkt.
De ingenieurs uit Silicon Valley zouden ons uitlachen. Er is geen manier waarop iemand in de wereld de iPhone 29 kan bedenken, laat staan ontwerpen en bouwen. Het is maar helemaal de vraag of over vijfentwintig jaar Apple nog bestaat in de vorm die we nu kennen. Sterker nog, er is geen enkel bedrijf dat iets maakt dat pas over vijfentwintig jaar mag worden uitgepakt en gebruikt.
Toch is dat wel de opdracht waar een universiteit voor staat. Jonge mensen moeten worden opgeleid voor een leven dat nog grotendeels bedacht, ontworpen en gemaakt moet worden. Academische waarden, ideeën en vaardigheden die tijdens de studie worden opgedaan, moeten soms jaren wachten om op cruciale momenten in het leven gebruikt te kunnen worden. Zoals een spion die jarenlang onopgemerkt en ondergronds zijn leven leidt om dan plotseling het signaal te krijgen om actief te worden.
De belangrijkste producten van een universiteit zijn geen nieuwe uitvindingen, ideeën, formules, producten of diensten. Het zijn jonge mensen. Net als sommige innovatieve bedrijven levert de universiteit iets dat niemand gevraagd heeft. Maar dan iets dat het over vele jaren nog prima doet. ||| Robbert Dijkgraaf


reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)