Op het mbo zag ik Musa terug. Het sluike haar was in model gebracht en dik door de gel. We zaten bij elkaar in de klas. We werden opgeleid tot administratief juridisch medewerker.
Ik zei niet dat ik hem herkende van tien jaar geleden. Dat zou hij niet geloven. Waarom zat het kleine kind dat ik toen onder de zwembaddouche zag in mijn hoofd en herkende ik de puberversie van dat jongetje? Ik hield mijn mond.
In de tweede klas gingen Musa en ik mee op de wintersportvakantie, die vanuit school werd georganiseerd. Traditie was dat leerlingen met een dubbele achtergrond niet meegingen. Waarom dat was, weet ik niet. Het kan zijn dat de jongens solidair waren met de meisjes. Musa en ik hadden geen last van saamhorigheid.
In de touringcar zaten we naast elkaar. Ik moest een scheet laten, maar hield de ruft binnen. Op een gegeven moment ging het niet meer en ontspande ik. Niet eerder in de geschiedenis was een dergelijk gas geproduceerd door een menselijk lichaam. Iedereen begon te gillen, behalve Musa. De chauffeur van de dubbeldekker hoorde het gestommel en de ophef boven en zette de dubbeldekker om veiligheidsredenen aan de kant. Musa kuste mijn voorhoofd. ‘Stinkende scheten brengen geluk. We gaan een geweldige vakantie tegemoet.’
In het hotel van een Tsjechisch skioord werd ik op de overloop omringd door vier locals. ‘You niggar. We skinhead,’ zei een van hen. Musa kwam de trap opgelopen en zag de jongens om mij heen staan. Hij stampvoette op de houten trap, die bedekt was met een tapijt dat nog stamde uit het sovjettijdperk. Hij maakte zich op voor een aanval. De trap kraakte van de pijn. Een halve meter bij mij vandaan viel een kroonluchter op de vloer. Musa sloopte het hotel. Hij sloopte hun land. Hij stormde op ons af en vulde de gang met: ‘Opsjauwdemieterop!’
Verwarring nam het over van de jongens en ze stoven uiteen.


reacties0
Reageer zelf. (Maar houd je aan de huisregels)